Consument gaat steeds vaker rechtstreeks naar de boer: ‘Veel lekkerder dan van de supermarkt’

Consument gaat steeds vaker rechtstreeks naar de boer: ‘Veel lekkerder dan van de supermarkt’

Rechtstreeks kopen bij de boer wordt populairder. Op het boerenerf verschijnen steeds meer verkooppunten waar ‘stedelingen’ maar wat graag een flesje melk tappen, een bos rozen uit de automaat trekken en een praatje maken met de boerin in de landwinkel. Maar of het boeren echt veel oplevert?

Bert Van Den Hoogen 21-02-21, 18:10 Laatste update: 06:49
Je koopt voor een euro een glazen fles en toetst op de automaat in dat je één liter melk wilt tappen. En als je er toch bent, neem je meteen een stuk kaas mee. Volledige zelfbediening, tot en met het betalen met je telefoon aan toe.

Angela Blom doet het regelmatig bij het kraampje van De Witte Gravin aan de Kortsteekterweg in Alphen. ,,Mijn kinderen weten inmiddels hoe het werkt. Het is allemaal veel lekkerder dan de producten uit de supermarkt. En het is fijn om buiten te zijn.”

Boerin Sari Burggraaf ( links ) en klant Angela Blonk bij de melktap van De Witte Gravin. © Pim Mul

 

Honderd liter
Sari de Wit is de melktap in mei 2017 begonnen. ,,Het aantal klanten is vanaf het begin flink toegenomen. Maar het zal altijd te weinig zijn om voor het bedrijf het verschil te maken. Ik verkoop via de melktap honderd liter per week. Er gaat jaarlijks 100 miljoen liter naar de kaasfabriek. Het gaat erom dat we willen laten zien en proeven wat we doen.”

Patricia Vlooswijk uit Montfoort heeft het anders aangepakt met winkel ’t Kaasmeisje in Oudewater en de landwinkel bij de boerderij in Blokland. ,,De winkels zijn een apart bedrijf. De boerderij is het bedrijf van mijn broer, die kaas aan de winkels levert.”

Het assortiment heeft ze uitgebreid met allerlei producten van andere boeren uit de omgeving. ,,Zo geven we die producenten ook de mogelijkheid om direct aan de consument te leveren. Veel klanten van nu kwamen twintig jaar geleden met hun ouders mee en zijn vergeten hoe onze producten smaken.”

Carrousel
Frank Olieman van kwekerij De Rozenhof aan de Bredeweg in Moerkapelle zette een paar jaar geleden een carrousel met zestig bossen rozen aan de weg. ,,Een half jaar geleden hebben we er een bij gezet en twee weken geleden de derde.”

Op vrijdagmiddag is het een komen en gaan van mensen die vanuit hun werk een bosje komen halen voor hun geliefde thuis. ,,Ze zeggen allemaal dat de kwaliteit veel beter is. Rozen die zeker drie weken goed blijven, kunnen ze niet bij de bloemenwinkel vinden.‘’

 

Het beeld past bij de cijfers die het CBS onlangs naar buiten bracht. Nederlandse landbouwbedrijven behaalden tussen het tweede kwartaal van 2019 tot en met het eerste kwartaal van 2020 ongeveer 1,5 miljard euro omzet uit deze vorm van verkoop. Het aantal landbouwbedrijven dat dit doet, is gestegen van 10,5 procent in 2017 naar 13,7 procent vorig jaar.

Korteketenverkoop wordt het genoemd. De boer snijdt de route naar de fabriek of veiling af door zo direct mogelijk aan de consument te leveren. Dat kan ook door te leveren aan andere verkooppunten, zoals een boerenlandwinkel of de horeca. Dan wordt het al meer georganiseerd. Coöperatie Deltamilk met de kaasfabriek De Graafstroom in Bleskensgraaf faciliteert daarvoor zo’n tweehonderd aangesloten boeren.

Marketingmanager Louis Rippen: ,,Wij produceren kaas voor de grote retailbedrijven, maar onze veehouders zijn ook trots op hun product. Dat willen ze tastbaar maken voor de consument. De technologie, als de vending machine en betaalapp, maakt de verkoop aan het bedrijf ook mogelijk. Het gaat daarmee wel om forse investeringen, want je moet wel veilig voedsel van goede kwaliteit erin kunnen verkopen. Dat maakt het ook weer professioneel, waardoor het voor consumenten ook gewoon wordt om bij die verkooppunten te kopen.’’

 

De klant die direct bij de boer koopt, is allang niet meer uit te tekenen in zelfgebreide kleding en bijpassende schoenen. Dat ziet ook Jan Willem van der Schans, voorzitter van taskforce Korte Keten.

,,Voor een deel is de duurzame insteek voor consumenten nog wel de reden om direct bij de boer te kopen. Bij een andere groep consumenten gaat het om de smaak en de kwaliteit. Het is lekkerder en gezonder. Nu door corona is er ook het sociale aspect. Het is een doel voor een ommetje en je ontmoet mensen. Klanten komen vooral uit de directe omgeving.”

Hij ziet het aantal verkooppunten op boerenerven toenemen, maar heeft ook een andere verklaring voor de groei. ,,De grootste groei wordt veroorzaakt doordat partijen de verkoop gaan organiseren. Iedereen kent de voedselboxen die aan huis kunnen worden geleverd. Dat groeit als kool en wordt steeds professioneler. De korte keten wordt dan wel iets langer: producenten leveren aan de bedrijven die de boxen samenstellen en aan de consument leveren. Maar het is altijd nog korter dan dat een product is samengesteld uit ingrediënten die van over de hele wereld komen.”

Die boxen worden ook op een andere manier in de markt gezet. ,,Er is meer transparantie over de herkomst en wat de boer eraan verdient.”

De omzet van de verkooppunten op het boerenerf zet volgens Van der Schans weinig zoden aan de dijk. ,,Maar het is zeker geen hobby. De korteketenverkoop geeft de boer meer grip op de afzetmarkt. Bij levering aan de fabriek of veiling moet hij voldoen aan hun eisen. Nu kan hij het zelf bepalen. Het maakt hem tot een andere boer. Hij is zich bewuster van wat hij werkelijk wil produceren en hij wordt ook de ondernemer aan de voorkant. Hij laat zich meer zien en is actiever in andere organisaties. Hij bouwt een heel netwerk op.”

Bron: AD

Comments are closed.